De persoon als schilder

Oefeningen in rood, met geel, blauw en zwart, 2015

Toespeling op het bekende werk van Newman: "Who is afraid of red, yellow and blue"

Gevraagd om iets te schrijven bij het werk van Roger de Carpentier komen mijn eigen jeugdherinneringen boven. Mijn eerste tekeningen heb ik bewaard en als ik ze bekijk weet ik nog goed hoe ze ontstonden. Je mocht (ik zat op de lagere school, eind jaren ’40) een tekening uitzoeken die je aansprak en dan was het de kunst die zo goed mogelijk na te tekenen. Voortdurend ging je oog heen en weer van voor-beeld naar na-beeld. Als het lukte ontstond er een volmaakte kopie.

Bij het expressionistische werk van De Carpentier gaat het er anders aan toe. Er is geen voorafgaand voorbeeld dat nagemaakt moet worden, maar er ontstaat iets wat er nog niet eerder was. Kunst wordt hier van binnenuit geboren en de kunstenaar is misschien zelf nog het meest verrast door wat als het ware uit het doek tevoorschijn komt. Creatie van de geest die zich uitdrukt in materie. Het betekent overigens niet dat er tevoren niets is. Kunst komt niet uit de lucht vallen. De kunstenaar is gegrepen door iets wat hij vertellen wil met de taal die hem ter beschikking staat: de beeldtaal van sprekende kleuren. Een plan wordt geboren dat niets weg heeft van een georganiseerde reis waarbij alles tevoren is vastgelegd en elk risico vermeden wordt. Nee, het is een avontuurlijke tocht waarbij je nog maar moet afwachten hoe het afloopt.
Zo kijk ik naar schilderijen van Roger de Carpentier. Niet met de blik van een deskundige, maar met de ogen van een nieuwsgierige reisgenoot. Een aantal doeken zag ik live ontstaan in de Algarve, een flinke collectie zie ik nu digitaal voor me op het scherm. Wat valt me op?

Om te beginnen de bijbelse thema’s. Die zijn bewust gekozen, zoals het ook opzet is dat in alle taferelen mensen voorkomen. Enkelen worden in de titels met name genoemd: Abraham, Hagar, Elia, Jesaja, Naomi met haar schoondochter Ruth, de neven Jezus en Johannes de Doper. Soms zijn aanduidingen genoeg: zoon en moeder, vader en zoon, twee zonen, oudere broer. Wie enigszins thuis is in de Bijbel herkent de verhalen in de beelden. Weggestuurde slavin, liefdevolle moeder, afgedwaalde zoon, verloren vader. Zichtbaar is de invloed van Henri Nouwen, die een compleet boek overhield aan het kijken naar Rembrandt’s schilderij De terugkeer van de verloren zoon, met de veelzeggende titel Eindelijk thuis.

Bijbelse thema’s, dat zeker, maar juist die vertellen over universele menselijke ervaringen. Verhalen zijn het over weggaan en thuiskomen, heimwee en verlangen, verdriet en vreugde. Mensen raken elkaar kwijt en zoeken elkaar weer op. De schilder situeert dat alles in Israël, Palestina, Jordanië, het landschap waar de Bijbelse verhalen hun historische setting vinden. Met de spannende actualiteit voor ogen, kun je onmogelijk vergeten hoe juist deze landen in het Midden-Oosten het toneel zijn van een groot menselijk drama. Ed dat brengt deze beelden heel dichtbij.

Ik laat mijn ogen verder gaan langs de doeken en kijk naar de afgebeelde mensen. Gezichten vallen me op. Vaak alleen maar vaag aangeduid, de ogen gesloten tot een streepje. Maskers lijken het wel waar deze mensen zich achter verstoppen. Ze geven zich niet gemakkelijk gewonnen, je kunt niet zomaar het doek instappen en ze een hand geven. Zulke gezichten passen bij gestalten die nu eens alleen zijn, op zichzelf aangewezen, eenzaam lijkt het wel. Andere keren zijn ze juist samen, dicht bij elkaar alsof ze elkaar moeten vasthouden om op de been te blijven. Dan zijn de ogen niet gesloten maar open; ze kijken elkaar aan, de een naar de ander toegewend. Ik zie geen ogen die mij aankijken, ik ben toeschouwer buiten het doek en neem waar wat zich daarop afspeelt. En dat alles in een sfeer die zich wellicht het beste aan de hand van de kleuren laat beschrijven.

De dominante kleur van de schilderijen is rood, aangevuld met geel en ook blauw, soms afgezet met zwart. Ik probeer me in te denken wat kleuren betekenen en ga te rade bij een kerkelijk liedboek waarin bijbelse thema’s verwerkt zijn (Liedboek voor de kerken, 1973; ik verwijs met cijfers naar de liederen). Poëtische liedteksten zijn bijzonder sfeergevoelig en dat kan ons wellicht verder helpen.

Geel en blauw komen in dit liedboek niet voor, maar zwart wel. Zwart zijn we door onze zonde (58,4), zwart zijn de nachten van bitterheid en pijn (130,3), zwart is het wolkendek van twijfel (290,5), zwart is de dood (219,5). Maar er staat gelukkig iets tegenover. Een bekend kerstlied van Nicolaas Beets spreekt van ‘een licht der lichten’ dat ‘uit ’s werelds duistere wolken’ is opgegaan. Om zo te eindigen: ‘Het komt de schaduwen beschijnen, de zwarte schaduw van de dood. De nacht der zonde zal verdwijnen, genade spreidt haar morgenrood.’ (26,1). En zo komen we van zwart bij rood.

Rood is de kleur van bloed, natuurlijk. Het bloed van de kinderen in Bethlehem die door koning Herodes zijn vermoord (154,3) of het rode bloed van de gekruisigde Jezus (192,4). De zee waar we door moeten, het water van de grote vloed, zingt een dooplied, is zo rood als bloed (337,1). Bloedrood is ook de wijn die we drinken (27,2), de wijn die in Kana eerst kleurloos was als water (156,10). En dan is er rood als erotische kleur. Is het halssieraad van de bruid niet rood als goud (405,7), met een herinnering aan Hooglied 4,3 (‘Als het rood van een granaatappel fonkelt je lach, door je sluier heen’). Iets heel anders is het rood van de schaamte op de dag van het oordeel als wat verborgen bleef aan het licht komt (278,12). Laten we ook het zonlicht niet vergeten: van de rode dageraad van Pasen (197,1) tot de avondhemel als het zonlicht daalt (299,7). Een bijzondere plaats neemt moeder Maria in, verbeeld als roos, zo rood als bloed (132,5).

Ik stel me voor dat ik schilder Roger de Carpentier ben, die op zijn paneel al deze kleuren aanbrengt. Het ernstige zwart, het vrolijke geel, het hemelse blauw. En bovenal rood: het rood van ondergang en redding, dood en leven, morgen en avond, schuwe schaamte en warme liefde. Hij slaat aan het schilderen, jaren lang zoekend naar de ultieme ervaring dat hij erin geslaagd is ons zijn levensverhaal te vertellen. Een indringend verhaal waar je als kijker niet onderuit kunt. Een scheppingsverhaal, getuige dat ene doek waar de beginletters op voorkomen van Genesis. Beresjiet lees ik, …….. in het begin.  Of mag ik lezen, ……. dit is nog maar het begin?

Deventer,

Drs. Jelle van Nijen, geboren 1939 te Neede
Emeritus predikant Protestantse Kerk in Nederland
Ex-universitair docent praktische theologie Vrije Universiteit Amsterdam